Rode wijn

Rode wijn wordt gemaakt van blauwe druiven. De kleur van de wijn ontstaat wanneer de druiven geperst worden en met de schillen liggen te gisten. In de meeste gevallen duurt dit twee weken. Niet het sap bepaalt de kleur van rode wijn. De kleurstoffen in de schil geven de wijn een rode kleur mee. Afhankelijk van de gebruikte druivensoort krijgt de wijn een licht of donker rode kleur mee. De kleur wordt ook bepaald door de ouderdom. Jonge wijn is paarsig van kleur en oudere wijn kan een meer oranje (bruine) kleur krijgen.

Witte wijn

Witte wijn kan gemaakt worden uit zowel witten en blauwe druiven. Dit komt omdat witte wijn alleen van het sap van de druiven gemaakt wordt. De most is vrij van pitten, steeltjes en schillen. Omdat het sap van zowel witte als blauwe druiven blank is, kan er alleen witte wijn van gemaakt worden. De wijn is natuurlijk niet ‘wit’ maar is een verzamelnaam. Het gebruikte druivenras bepaalt uiteindelijke de kleur. Daarnaast bepaalt de leeftijd van de wijn mede de kleur. De kleur van de wijn kan behoorlijk verschillen. Een jonge wijn heeft vaker een groenige kleur terwijl oudere wijnen veel meer donkergeel of zelf oranje of bruin gaan vertonen.

Rosé wijn

Roséwijn wordt gemaakt van blauwe druiven, soms in combinatie met witte druiven. De wijn krijgt haar kleur doordat de schillen van de blauwe druiven minder lang bij het sap (de most) blijven dan bij de bereiding van rode wijn. Tijdens de traditionele vinificatie worden de druiven gekneusd en beginnen de schillen hun kleurstof aan het sap af te geven. Zodra de wijnmaker tevreden is over de tint worden de druiven voorzichtig geperst en schillen en sap van elkaar gescheiden. Daarna gaat de vergisting verder. Hoe langer de schillen en het sap contact hebben, des te donkerder wordt de kleur en des te krachtiger de smaak van de rosé. De beperkte hoeveelheid tannine in rosé maakt dat zij fris en licht is, maar toch met zekere stevigheid gedronken kan worden. Het is doorgaans verboden om een roséwijn te maken door rode en witte wijn te mengen. Dit geeft wellicht de kleur van rosé, maar nimmer de fruitige frisheid die zo kenmerkend is voor roséwijn. Binnen de Europese Unie mag alleen in de Champagnestreek rode wijn met witte wijn gemengd worden om er een rosé champagne van te maken.

Champagne

Tips voor het ontkurken en schenken van champagne zijn ware killers voor de bubbels in uw glas.

Bewaar uw champagne altijd op een donkere plaats, liefst in een omgeving met een constante temperatuur tussen de 12 en 14 graden. Drinkt u de fles binnen korte tijd op, dan is de koelkast ook een prima bewaarplek. De houdbaarheid van champagne is doorgaans niet langer dan 1 jaar, champagne is kostbaar dus houdt daar rekening mee. Serveer de champagne op een temperatuur tussen de 8 en 10 graden. Leg de fles voordat u deze gaat drinken een paar uur in de koelkast of een half uur in een koeler met ijs. Een non-vintage champagne drinkt u op 8 graden maar niet kouder, een vintage champagne liefst rond 10 graden.

Verwijder de folie en draai het muselet los en haal deze er ook af voordat u de champagne opent. Pak met een hand (in de richting van de hals van de fles) de kurk beet en draai met de andere hand de onderkant van de fles heen en weer. De kurk komt vanzelf naar boven, echter kan het wel eens wat kracht kosten om deze los te krijgen. Houd de kurk goed tegen en laat hem met een sissende beweging van de fles komen. Laat hem nooit knallen! Dat is zonde van de champagne die verspild wordt en het koolzuur dat in een klap ontsnapt!